Hoe ben je geworden wie je bent?
Het is zondagmorgen, met een pistolet en een kom koffie met melk zit ik in de woonkamer aan de eettafel. De gordijnen heb ik opengeschoven en de deur naar het terras wijd open gezet. De warmte van de afgelopen week hangt nog in huis. Na het onweer van gisteravond is het nu iets afgekoeld en het zal ook wat koeler blijven volgens de weerberichten. De zomer raakt ten einde, nog vier maanden en we sluiten het jaar 2019 al weer af.
Waar gaat het over als we het hebben over een jaar? Op een mensenleven lijkt het al zo weinig, laat staan op een eeuw of op een paar eeuwen. We hebben het begrip tijd nodig om een beetje houvast te kunnen hebben op wat we doen. We kijken terug en vooruit, terwijl we nú leven, hier aan tafel met mooie muziek op de achtergrond.
Onder het pseudoniem van Johannes Climacus beschrijft Kierkegaard in Wijsgerige kruimels het wordingsproces: “Zoals ik geworden ben wie ik ben. Wat mij niet bedriegen kan, is het eerlijke beeld dat ik kan hebben op wat er nu is.”
Op dit moment zit ik hier aan tafel, in onze woning in Rhenen. Dat is het beeld dat ik heb op wie ik geworden ben, dat is wat er nu is.
’Hoe’ ik geworden ben wie ik ben, kan ik daarentegen niet waarnemen. Natuurlijk was ik daar wel bij, bij dit wordingsproces, maar het is een te complex proces. Bovendien zijn het uitsluitend herinneringen waar ik het nú mee moet doen om te beoordelen hoe ik geworden ben wie ik ben, en zijn er geen feiten.
Op de radio hoor ik A.J. Snijders in een wekelijkse rubriek waarin hij een kort verhaal voorleest, zeggen: “We generen ons voor de tijd die op kousenvoeten marcheert” De tijd is ongrijpbaar en je hebt het gevoel er achteraan te moeten hollen. Generen is misschien niet het juiste woord, maar een gevoel van onmacht is er wel. Waarom kan ik niet even blijven hangen in dit moment? Nee, ik moet als maar verder en ik moet steeds weer nieuwe dingen doen. Als ik klaar ben met het opschrijven van deze gedachte, ga ik weer iets anders doen. Slechts een herinnering blijft er over van dit moment. Een moment dat volledig uit mijn gedachten zal vervagen als ik het niet zou hebben opgeschreven. Twijfel over of ik het heb meegemaakt kan er dan niet bestaan, misschien nog wel de vraag: “was ik diegene die dit heeft opgeschreven?”
