Op vakantie
Toen ik klein was en mij verteld werd dat we binnenkort op vakantie zouden gaan, vroeg ik vanaf dat moment elke dag opnieuw aan mijn ouders hoeveel nachtjes het nog slapen was. Ik zat op hete kolen en in mijn hoofd was uitsluitend nog dat heerlijke vooruitzicht om op vakantie te gaan.
De dagen, of de nachtjes slapen, tot het zover zou zijn, wilde ik het liefst overslaan. Dat zijn dagen die ik niet echt beleefd heb, omdat ze overschaduwd werden door de verwachting van het verlangde doel. Een tijd die ongemerkt aan me voorbij is gegaan, zonder er herinneringen aan over te hebben gehouden.
Van de vakantie zelf heb ik misschien nog een vage herinnering overgehouden, maar de tijd die eraan vooraf ging is niet eens in mijn gedachten geweest, die ben ik kwijt. Met nog een hele toekomst voor me, is een paar dagen daarvan wegstrepen vast niet erg. Ik heb ze dan ook nooit gemist. Maar nu, vijftig jaar later kijk ik opnieuw reikhalzend uit naar een vakantie en lijkt het of ik opnieuw de dagen ernaartoe wil wegstrepen.

Kijken naar de toekomst
Bewust probeer ik op dit moment juist bezig te zijn met de dagen die aan een toekomstige belevenis voorafgaan en wil daar herinneringen aan overhouden. Heel banaal, maar wat waarschijnlijk in mijn hoofd op de lijst van dingen die ik me herinner zal blijven hangen, is het trekken van een kies. Absoluut onbenullig en niets bijzonders, geen pijn, eerder vreemd dat er iets met de kies gedaan moest worden zonder dat ik klachten had, geen last van de verdovingsinjecties en geen pijn bij het daadwerkelijk los wrikken van de kies. Het geluid was vervelend, krakend, scheurend, maar na luttele seconden was de kies er al uit. Een scheur in de kies was aanleiding voor de endodontoloog om de, als wortelkanaalbehandeling ingezette ingreep halverwege te staken. Het advies dat hij me nog slechts kon geven was de kies te trekken en omdat hij nu toch al een verdoving had gezet, bood hij aan dit gelijk te doen.
Niets aan de hand zou je dus zeggen. Iedereen zal dat beamen. Wel vragen ze me: “deed het pijn?, Is het gat zichtbaar?, Heb je er nu last van?”. Nee, pijn heb ik niet, ook niet nadien gekregen, althans geen fysieke pijn. Wat ze me niet vragen is of het ‘afscheid’ pijn deed. Ik ervaar namelijk een pijnlijk gevoel door het afscheid dat ik heb moeten nemen van een element dat meer dan vijftig jaar onderdeel van mijn lichaam heeft uitgemaakt en er nu ineens niet meer is. Een klein element dat onderdeel uitmaakte van mijn lichaam en overal mee naartoe is geweest, altijd bij me was en veel lekkere hapjes, maaltijden, heerlijke wijnen en nog heel veel meer etensproducten en dranken aan zich voorbij heeft zien gaan. Een radartje in het grotere geheel dat er aan bijdroeg dat de machine bleef draaien.

Die ‘machine’, mijn lichaam, raakt in verval. Steeds meer schakeltjes zijn verroest en lopen niet meer zo soepel of vallen zelfs uit. De overgebleven schakels moeten het disfunctioneren van de andere, uitgevallen elementen opvangen en raken daardoor zelf overbelast. Het lijkt alsof ik de kapitein ben van dat samenspel tussen alle schakels, maar sta slechts lijdzaam aan het roer en merk dat het schip lichtelijk uit koers raakt. Er zijn omstandigheden die een belangrijke rol spelen bij het op koers houden, maar die ik niet in de hand heb. Heftige omstandigheden, die kan ik niet meer bijbenen, het moet allemaal wat rustiger. Niet meer de grote wateren op, slechts de stille binnenwateren nog bevaren waar de golven niet zo hoog zijn.
Leven in de toekomst
Het leven kabbelt voort, de dagen glijden aan me voorbij, zonder dat ik me deze tijd later zal herinneren. Het vooruitzicht om binnenkort op vakantie te gaan is daarom ontzettend aanlokkelijk en ik wil dat de tijd zo snel mogelijk voorbijgaat. Alleen anders dan vijftig jaar geleden ligt er nu geen lange toekomst meer voor me en laat ik kostbare tijd verloren gaan. Ondanks dat mijn toekomst geen groot tijdsbestek meer zal omvatten, maak ik nog wel toekomstplannen. In gedachten beleef ik het eindresultaat van die plannen al ver voordat ze zich voordoen. Ik leef dus niet nu, niet in het heden, maar in de toekomst. Dit terwijl ik meer bij de dag moet blijven en moet genieten van het leven door bewust bezig te zijn met het moment nu.

Ik zal me intensiever bezig moeten houden met het maken van de plannen, en die bezigheid op zichzelf bewust ervaren, zonder dat mijn gedachten daarbij ver vooruit glijden naar het verlangde doel. Uiteindelijk komt de geplande, en in de toekomst gelegen omstandigheid, in dit geval een vakantie, dan vanzelf. Net als bij het streven naar geluk, moet je de dingen doen die je wilt doen of moet doen. Heel bewust en met veel aandacht en overtuiging, hoe klein en onbeduidend hetgeen ook is wat je daarmee bereikt. Uiteindelijk levert dat altijd een gevoel van geluk op. Niet omdat je een doel bereikt hebt, maar omdat je gedaan hebt wat je moest doen of wilde doen. Om gelukkig te kunnen zijn is de weg er naartoe belangrijker dan simpelweg het willen nastreven van geluk.
