Mens en dier beïnvloeden je ‘verhaal’.


Filosofie / zondag, februari 4th, 2018

“Zit” zeg ik tegen mijn hond en hij gaat zitten. Hij luistert naar het woord dat ik uitspreek en interpreteert het met de kennis die hij heeft opgedaan door middel van eerdere ‘gesprekken’ die wij met elkaar hebben gevoerd. We hebben naar elkaar geluisterd en daarmee elkaar leren te verstaan. Hoe interpreteert iemand wat ik zeg en wat bedoelt hij met zijn reactie daarop, hoe moet ik dat weer interpreteren en wat kan ik ervan leren?

Lief, aanhankelijk, eigenzinnig, knuffelig en heerlijk om mee te wandelen in het bos of langs de rivier. Ik geniet ervan en het kost me geen moeite om ’s ochtends  vroeg op te staan. Wandelen bevordert mijn geestelijke elasticiteit. Maar niet alleen lichamelijke inspanning voedt mijn geest, ook pianospelen of schrijven en het contact maken met anderen helpt mij om rijker in het leven te staan. Contact maken met een levend wezen, een familielid, vriend, kennis of een hond, is belangrijk en onmisbaar voor je eigen verhaal. Het blijft een bijzonder fenomeen hoe contacten verlopen tussen mensen onderling, maar ook tussen mens en dier.

Contact tussen mens en dier

Afgelopen week woonde ik een symposium bij over de mens als verhaal. De naam van het symposium luidde: ’Vertel’. Het onderwerp werd benaderd vanuit een filosofische context, maar ook vanuit een sociale en een psychologische context. Duidelijk werd dat iedereen zijn eigen verhaal heeft, al dan niet bewust en/of hardop uitgesproken.

De sociale context is belangrijk voor het verhaal dat jij te vertellen hebt. Dat er naar je geluisterd wordt is dan wel belangrijk, zowel voor mens als dier.

Ieders verhaal wordt geïnterpreteerd door de ander

Door middel van taal proberen we onze bedoelingen tot uiting te brengen en kunnen we ons verhaal aan anderen duidelijk maken. Taal fascineert me, gesproken, geschreven, maar ook als lichaamstaal.  Als er naar geluisterd wordt kan hetgeen geuit is vervolgens door diegene worden geïnterpreteerd. De uitleg van het verhaal vindt als het ware plaats tussen mij en de ander, in de vorm van taal.

Taal is een gedeeld discours, een strook waarbinnen we elkaar verstaan. De individuele matrix, de kennis en de informatie waarmee het verhaal dat tot uiting is gebracht wordt geïnterpreteerd en waaruit handgrepen worden geput om te kunnen interpreteren, is enorm divers. Mijn hond kent bijvoorbeeld het woord: ‘zit’ en als ik dit tegen hem zeg, gaat hij zitten. Kennen, betekent dat hij het heeft geleerd. Met beloningen heb ik hem geleerd dat hij het woord ‘zit’ moet interpreteren als ‘ik moet gaan zitten’.

We verstaan elkaar daarom enkel op de dunne schil tussen de afzonderlijke matrixen. In deze context wordt duidelijk dat ieders afzonderlijke matrix de kennis vormt waarmee hij of zij kan interpreteren en is dus bepalend voor de interpretatie van het verhaal van de ander. Als ik mijn verhaal vertel en naar de reactie er op luister, kan ik daar nieuwe informatie uit opdoen waarmee mijn eigen verhaal wordt beïnvloed.

Ik zeg: “zit” tegen mijn hond en luister of kijk naar zijn reactie. Daaruit kan ik opmaken of mijn verhaal (commando ‘zit’) wel begrepen wordt. Zo niet dan moet ik luisteren naar zijn verhaal en kijken welke informatie mij dat geeft. Moet ik een andere toon hanteren of mijn lichaamstaal veranderen? Door te luisteren naar mijn hond leer ik mijzelf te zien en kan ik mijn verhaal wijzigen.

Het verhaal van de ander is van invloed op je eigen verhaal

 

Share Startlingblog

Geef een reactie