Vrijheid van meningsuiting, we dragen het hoog in het vaandel, maar wat is de werkelijke waarde ervan? Als iemand een boodschap te vertellen heeft, dan moet dit in alle vrijheid kunnen. Er mogen geen grenzen of beperkende voorwaarden aan worden gesteld. De waarde van de vrijheid om je mening te uiten komt namelijk pas volledig tot zijn recht in de onbeperktheid ervan.
Iemands boodschap komt echter pas tot zijn recht als er ook naar geluisterd wordt. Een schrijver is zogezegd pas schrijver als hij gelezen wordt. Net zo geldt dit voor iemand die zijn mening uit, die wordt pas gehoord als er ook luisteraars zijn die naar hem willen luisteren.
De aanslag in Parijs op Charlie Hebdo was overduidelijk een aanslag op onze vrijheid van meningsuiting. De daders moeten dan wel eerst het tijdschrift hebben gelezen om er een mening over te hebben. Zoals gezegd: de boodschap van de schrijver wordt alleen gehoord als zij wordt gelezen. En net als iedereen, zijn ook de aanslagplegers vrij geweest in hun keuze om het satirisch weekblad Charlie Hebdo te lezen.
De daders hebben met hun terreurdaad een boodschap willen afgeven, ze hebben ons iets willen vertellen. Maar niet zoals iedereen vrij was om het magazine te lezen, was hierbij iedereen vrij om naar de boodschap van de daders te luisteren. De slachtoffers van de aanslag werden noodgedwongen “luisteraar” van de afschuwelijke daad van de aanslagplegers. Zo wordt ons niet alleen onze vrijheid van meningsuiting ontnomen, maar ook onze vrijheid om er naar te luisteren. In een sfeer van “onvrijheid” houdt enkel de vraag mij nog bezig, welke boodschap hadden de terroristen eigenlijk te vertellen?

