Cogito Ergo Sum ?
”Ik bevind mij in een chaotische werkelijkheid en ik krijg er geen grip op.” Dit is een uitspraak van Descartes (1596-1650) in zijn 1e meditatie. In zijn 2e stelt hij vervolgens vast: “wat wel zeker is, is dat ik twijfel. En als ik twijfel denk ik”. De eerste onwankelbare zekerheid, waaruit andere fundamentele zekerheden afgeleid kunnen worden, was voor Descartes dan ook: “Ik denk, dus ik besta”.
Het dualisme van Descartes is al door vele filosofen bekritiseerd. O.a. de materialistische stroming binnen de filosofie, die stelt dat er helemaal geen scheiding bestaat tussen lichaam en geest. Alles is materie: “een denkproces X” staat gelijk aan “een proces X in de hersenen”. (De Deep Brain Stimulation behandeling van Dr. Damiaan Denys lijkt hier een wetenschappelijke bevestiging van.) In deze visie, waar de causale wetmatigheid een rol speelt, is het de vraag of er überhaupt nog vrijheid van denken kan bestaan. Is ons denken een autonoom proces in de hersenen en bezitten wij geen bewustzijn voor het (aan-)sturen van dit denkproces? Het paradoxale is dat wij nog wel steeds in ons denken een “gevoel” van vrijheid ervaren.
Daarom wil ik in de lijn van het dualistisch denken van Descartes, waarin een scheiding tussen lichaam en geest bestaat, ingaan op de behandeling van ernstige angststoornissen m.b.v. Denys’ Deep Brain Stimulation. Dr. Denys geeft aan dat er een dualisme in de hersenen bestaat, enerzijds de Amygdala (waar het emotionele gevestigd is) en anderzijds de prefrontale cortex (het gedeelte van de hersenen waarin je denkt en waar de reacties van de amygdala getemperd kunnen worden).
Patiënten die lijden aan ernstige angststoornissen kunnen vaak geen normale invulling meer aan hun leven geven. Maar wat zijn de oorzaken van die angststoornissen? Ligt er aan de angststoornissen een denkproces ten grondslag of overkomt het iemand? Het voorbeeld dat Dr. Denys geeft is van een zeer succesvolle zakenman, die in de supermarkt van het ene op het andere moment wordt overvallen door ernstige angstgevoelens. Vraag nu is of het ontstaan van deze angstgevoelens het resultaat is van een (al of niet uit de hand gelopen) denkproces, of dat er misschien helemaal geen (bewust) denken aan te pas gekomen is. Bovendien moeten we de vraag stellen of het inbrengen van elektrodes in de hersenen, waardoor de signalen worden geblokkeerd die verantwoordelijk zouden zijn voor het optreden van angststoornissen, mogelijk ook gevolgen heeft in het denken van die persoon? Als dat namelijk het geval is, dan komt de stelling van Descartes onder druk te staan. Het eerste deel van zijn uitspraak, “Ik denk”, wordt dan geweld aangedaan. Er is namelijk een bewust ingrijpen van buitenaf op het denkproces waardoor een verandering van het ‘eigen’ denken optreedt. Het tweede deel van de bewering, “ik besta”, wordt daarmee ook discutabel. Ik denk namelijk niet meer zelf. En de vraag blijft over: “Besta ik nog wel?”


